Tinnen soldaatjes voor Museum Betje Wolff

Waar zouden kinderen in Betjes tijd mee gespeeld hebben? Zeker geen computerspelletjes, waarbij enorme knokpartijen worden geleverd, maar voor de jongens uit de gegoede gezinnen waren er toen wel tinnen soldaatjes waarmee oorlogsstrategiën werden nagespeeld of uitgedacht. Sinds zaterdag 14 november 2009 is museum Betje Wolff op een bijzondere manier in het bezit gekomen van een diorama met een compleet miniatuur campement.

Tinnen soldaatjes

Het was een geschenk van Maarten ’t Hart (niet de schrijver) een van de afstammelingen van de familie Klerk, die omstreeks 1850 in de Beemster woonde. Hij bood zijn geschenk aan Jan de Groot van het Historisch Genootschap Beemster aan tijdens een reünie van de familie Klerk in het kerkje van de Beets, waar zeker 150 afstammelingen bij aanwezig waren.

Betje_Wolff_schenkerAan de schenking zit een heel verhaal vast en dat kon via de telefoon opgetekend worden uit de mond van de heer ’t Hart. Tijdens de overhandiging van het diarama had hij zich voor deze gelegenheid echter poldermolenaar Jan Vechtersz. Klerck verkleed, de stamvader van de Beemster familie Klerk.

De tinnen soldaatjes dateren dan wel niet uit de tijd van de droogmaking, maar zouden zo omstreeks 1850 zijn aangeschaft door de niet onbemiddelde heer Jan Cornelis Klerk, die de tinnen soldaatjes een uitstekend cadeautje vond voor zijn 16de kind en tevens jongste zoon, Jan.

Betje_Wolff_Aftoch1799In de Beemster
Zeven geslachten later belandden de soldaatjes bij bakker Klerk aan de Jisperweg 28 in Westbeemster. De familie Klerk behoorde toen al lang niet meer tot de welgestelden.
Dochter Maartje Klerk trouwde met een Abercrombie, die weer een afstammeling was van de Schotse legeraanvoerder, generaal Abercrombie. Deze was in 1799 in Nederland, toen in Callantsoog de slag woedde tussen een Brits-Russisch leger tegen Frankrijk en de Bataafse Republiek. Wellicht is hij toen op een Hollands meisje verliefd geworden. Hoe het ook zij: hij bleef in Nederland achter en zo kwam er echt martiaal bloed in de familie.

Betje_Wolff_DSC04129Eén van zijn nazaten, de Westbeemster bakker Abercrombie en Maartje Klerk kregen helaas geen kinderen. Maar de zus van Maartje had meerdere zonen en de derde zoon, Maarten, mocht tot zijn grote vreugde in de vakantie altijd bij zijn tante en oom logeren. Dan werden de tinnen soldaatjes in slagorde opgezet. Uren kon hij er mee spelen, herinnert hij zich.
Toen tante Maartje overleed, kwamen de tinnen soldaatjes in zijn bezit. Soldatenspelletjes deed hij toen niet meer, maar hij kwam op het idee om er een diorama van te maken. Het tafereel is bijzonder uitgebreid: er staat een muziekcorps, een smid is er aan het smeden en er staan legertenten.

Als achtergrond maakte ’t Hart een gezicht op een Duitse stad met zijn vele kerktorens.

Betje_Wolff_DSC04130Nu ook al weer op leeftijd gekomen, besloot ’t Hart het diorama te schenken aan het museum in de gemeente waar hij zo heel vaak met plezier vertoefde: de Beemster. En zo wordt de eindbestemming het Museum Betje Wolff. Daar kan het een mooi plekje krijgen in de speelgoedkamer.

Het spreekt voor zich dat Jan de Groot, namens het Historisch Genootschap Beemster, zijn grote waardering voor de schenking uitsprak.

Tekst en foto’s: Erny van der Kleut.